Ik kreeg mijn eerste windhond, een Afghaan, in 1970; ben dit jaar dus al een halve eeuw met windhonden bezig. De windhondengroep, zo bleek me al gauw, herbergde een uitermate interessante en prachtige groep rassen, die mij al snel aanspoorde om mijn blikveld in die groep volop te verbreden. Dat gebeurde dan op allerlei vlakken: organisatorisch, rennen, show en keuren. Je eerste ras blijft overigens altijd, zeker voor mij, je grootste liefde zonder de andere tekort te doen.

Mijn eerste keurmeesteraanstelling was in 1978 voor de Afghaanse Windhond. Daarna ondergedompeld in het toenmalige, soms langdurige, examensysteem, wat uiteindelijk resulteerde in een groepskeurmeesterschap voor windhonden en de aanstelling voor de halfwindhonden uit FCI-groep 5. Verdere uitbreiding van rassen hoeft voor mij niet want onze aloude windhondenrassen geven –steeds weer- genoeg stof tot kennisverdieping.

Ik heb in vele landen al windhonden mogen keuren en steeds met veel plezier want deze (oer)oude windhondenrassen tonen, als het goed is, één en al functie en dat is wat ik graag zie, sterker nog, voorop stel. Dat betekent, uiteraard de rasstandaard volgend, dat het geheel van lichaamsdelen het dier in staat moet stellen zijn (oorspronkelijke) functie uit te oefenen. Het hoeft geen betoog dat een zuiver gangwerk een hele prominente rol speelt.

Bij de meeste NVOW-rassen staat zelfstandigheid in hun (oorspronkelijke) werk voorop. Dat uit zich ook in ‘hier ben ik’ gedrag met de nodige uitstraling. Ik ben blij uitgenodigd te zijn om een aantal van deze rassen te komen keuren en hoop dit gedragskenmerk volop in de ring te mogen begroeten.

Willem Buitenkamp

Deze website maakt gebruik van cookies om je de beste ervaring te bieden. Verdere informatie is te vinden in de privacyverklaring.