Europese reizigers die in het begin van de 19e eeuw in toenemende mate de tot dan toe verborgen arabische wereld ontdekten, brachten de eerste berichten over de Sloughi, de Noord-Afrikaanse windhond, mee.

Landen van herkomst

Tunesië, Libië en Marokko; kortom het noordelijke gedeelte van de Sahara in Noord Afrika. Ze zijn daar heden ten dage nog steeds de gewaardeerde jachthonden van de bedoeïnen, de vrije zonen van de Sahara. Alom wordt de jachtpassie van de Sloughi geprezen; een goede jager zorgde voor het vlees van de hele familie. Hij was vele kamelen waard en vele vrouwen (sorry dames!).

Geschiedenis

Europese reizigers die in het begin van de 19e eeuw in toenemende mate de tot dan toe verborgen arabische wereld ontdekten, brachten de eeste berichten over de Sloughi, de Noord-Afrikaanse windhond, mee. De meest uitvoerige en treffende beschrijving dateert uit het midden van de vorige eeuw en is van de Franse generaal Daumas in zijn boeken over de Sahara. Met een sterk inlevingsvermogen in de afrikaans-arabische wereld beschrijft Daumas de Sloughi als de edele jachtmetgezel van de bedoeïnen, die met alle egards behandeld wordt, die als pup zonodig aan een vrouwenborst gevoed wordt, die in de tent naast zijn meester slaapt, die door het dek tegen de kou beschermd wordt en halsband en talisman als sieraad draagt. Hij krijgt het beste te eten, wordt gastvrij opgenomen als hij met zijn meester op bezoek is, is onbetaalbaar daar hij door de jacht de familie van voedsel voorziet, hij wordt aan het eind van zijn leven beweend en betreurd. Zijn karakter wordt als kloek en edel beschreven, zijn manieren als voornaam en trots.

Deze hoge waardering voor de edele windhond in de Oriënt is al oeroud, zowel bij koningen en vorsten als bij de arme bedoeïnen. Sinds mensenheugenis is de windhond onontbeerlijk. De traditie van de jacht met de windhonden is reeds vele duizenden jaren oud. Men vindt de Sloughi zelfs terug in de tijd van de farao's; al op reliëfs van Egyptische monumenten vanaf 1500 voor Christus staat de jacht met de kortharige windhond met hangende oren afgebeeld. Deze windhond is met de arabische veroveraars mee naar Noord-Afrika gekomen.

De Sloughi was, naast het paard en de kameel, het meest waardevolle bezit van de bedoeïnen. Met hem samen ging hij op jacht, de hond vóór hem op het zadel en als een kudde gazellen in zicht kwam, sprong deze van het galopperende paard om één van de snelle dieren voor zijn meester neer te leggen. De voortgaande beschaving en de jachtwetten hebben de levensomstandigheden van de arabische windhond in het huidige Noord-Afrika sterk begrensd. De tijd van de grote sjeiks en hun Sloughi-roedels is daar verleden tijd. Maar nog steeds is het een uitgestrekt land en is de passie voor de Sloughi diep geworteld. Op het 'platte'land, ver van moderne verkeerswegen, wordt deSloughi-traditie voortgezet. Wil men als Europeaan in Noord-Afrika èchte Sloughi's zoeken, dan zijn een goede voorbereiding, veel kennis en de juiste aanbevelingen noodzakelijk, anders is een grote teleurstelling het resultaat.

Geschiedenis in Nederland

Nederland heeft een rijke Sloughi-geschiedenis. Het was rond de eeuwwisseling dat de kunstschilder August Le Gras uit Laren (N-H) van één van zijn vele reizen naar Noord-Afrika de Sloughi meebracht naar ons land. Het ras heeft de eerste tien jaren van deze eeuw, met Le Gras als gangmaker, een grote bloei gekend. Foto's, geschriften en schilderingen uit die tijd zijn nog in ons bezit. Daaruit kunnen we concluderen dat het bestand van nú de toets der vergelijking goed kan doorstaan, wat wel wat zegt over de prestaties van de fokkers, het ras goed vast te houden, zonder het te 'verbeteren'.

Na de oorlog waren er helaas geen raszuivere Sloughi's meer in Nederland. Pas rond 1970 kwamen er weer enkele raszuivere en echte (mede gezien de foto's uit de beginjaren) exemplaren naar ons land. Met deze importen werd zeer zorgvuldig en met mate gefokt, zodat er op dit moment een hoge kwaliteit in dit ras is, getuige de resultaten op tentoonstellingen en windhondenrennen.

Karakter

Sloughi's kenmerken zich door hun gezonde constitutie. Ondanks hun fijn en edel gebouwd uiterlijk zijn ze sterk, taai en robuust. Ze wennen snel aan het heersende klimaat. Ze zijn levenslustig door consequente selectie op vitaliteit, vermogen tot overleven en instinct. Van de Sloughi's in Noord-Afrika verwacht men behendigheid, reactiesnelheid, zelfstandigheid en uithoudingsvermogen. Ze zijn moedig en zelfbewust, voor de reuen. Deze hebben een strakkere leiding nodig dan teven; ze laten niet met zich spotten, zeker niet als er zich een situatie voordoet waarbij het bezit of de veiligheid van hun eigenaar of zichzelf in het geding is. Tegenover kinderen tonen zij zich in de regel geduldig en oppassend. Tegenover vreemden zijn ze veelal gereserveerd. De Sloughi's leven sterk verbonden met de mensen samen en zijn hun eigenaar onverbiddelijk trouw. Tegenover hem zijn ze heel zacht en reageren ze feilloos op iedere intonatie van zijn stem. Harde woorden of schelden krenkt ze. Nooit of te nimmer mogen ze in een kennel gehouden worden. Ze zijn graag deel van de familie en het zijn ideale honden in huis. Geheel rustig kunnen ze (als volwassen honden) urenlang op een gemakkelijke zachte plaats, bij voorkeur een bank, liggen. Als ze een keer blaffen, heeft dat een heel duidelijke reden.

Baas/Sloughi verhouding

Deze zal er een moeten zijn op basis van wederzijds respect en vertrouwen, want slaafsheid is de Sloughi volkomen vreemd. Deze aristocratische hond zal echter alles voor de baas, die HIJ heeft uitgekozen, willen doen, als deze hem in zijn waarde laat. Eénmaal per dag met de Sloughi zich, 't liefst in alle vrijheid, uit kunnen leven. Naast de gewone wandelingen moet hij zich los van iedere band of lijn kunnen bewegen, rennen en spelen. Het uithoudingsvermogen van dit ras is niet te evenaren. In huis een rustige hond, toont hij buiten zijn ware atletische aard. Zoals bij elke windhond moet de toekomstige Sloughi-eigenaar zich vooraf goed realiseren dat de hond deze vrijheid, dit loslopen nodig heeft. Hij moet zich bewust zijn van het individualistische karakter van de Sloughi. Of men de hond ook als volwassen dier zonder lijn vrij kan laten lopen, zal iedere eigenaar zelf moeten proberen. Vroeg of laat zal de windhond zijn ware aard ontdekken, wat betekentdat hij een 'prooi-object' bejaagt en uit het gezichtsveld van zijn eigenaar verdwijnt. Omdat hij in korte tijd grote afstanden kan afleggen, moet men de gevaren niet onderschatten, die hem op de in de omgeving liggende autowegen of jachttereinen bedreigen. Hoewel bij vele Sloughi's bereikt kan worden dat ze op 'bevel' (na kortere of langere tijd) terugkomen, kan men ze altijd, indien men onbezorgd wil zijn, op een omheind terrein hun beweging gunnen. Lange wandelingen aan de lijn of naast de fiets worden door de geboden afwisseling ook zeer gewaardeerd. Een ideale mogelijkheid is de deelname aan een training voor windhondenrenwedstrijden op een van de vele banen in ons land. Daar kan de hond, naast de mogelijkheid om werkelijk te kunnen rennen, ook zijn individuele 'jachtervaring' zonder gevaar opdoen. Het komt voor een groot deel op de wijze van houden van de Sloughi en de inprentings-ervaringen uit zijn jeugd aan, hoe hij zich ontwikkelt. Vooral in zijn vroege jeugd heeft de hond intensief menselijk contact nodig, om alle mogelijkheden die in hem aanwezig zijn te ontwikkelen. Zoals bij iedere windhond is ookbij de Sloughi de commando-toon en africhting niet op zijn plaats. Een met geweldafgedwongen gehoorzaamheid zijn zijn trots en daarmee zijn karakter breken. Wie echter het resultaat van zijn opvoedings-oefeningen, die liefdevol en met engelen-geduld geteraind moeten worden, kalm tegemoet ziet, zal hoogstwaarschijnlijk aangenaam verrast worden.

Voordat men een Sloughi aanschaft, zou men eigenlijk tentoonstellingen en renbanen moeten bezoeken, om zich over de veelzijdigheid van de individuen van dit ras te oriënteren.

Verzorging

Sloughi's zijn van nature schoon en onderhouden hun korte vacht op een katachtige manier. Tijdens de rui-periode kan men de dode haren eenvoudig met een noppen-handschoen, die in elke dierenspeciaalzaak te verkrijgen is, verwijderen. Aan de voeding heeft de Sloughi net zoveel nodig als iedere andere hond van gelijke grootte.

Uiterlijk

De Sloughi toont zich als een volbloed rashond. Een hoogbenige vierkante lichaamsvorm,een diepe borst, uitstekende heupbeenderen, een bijna recht rugbelijning. Duidelijkzichtbaar onder de fijne huid zijn de droge, lange spieren, het skelet en wanneer de hondin de juiste conditie is, tekenen pezen en aderen zich duidelijk af. Zijn uitdrukking is er een van de melancholische ernst. De blijk uit de zwart omrande ogen is doordringend en vasthoudend. Er zijn drie vachtkleuren erkend: zandkleur (van heel licht tot rood-bruin), zwart met lichte of gestroomde aftekeningen en gestroomd. De schofthoogte voor de teven is 65 cm en voor de reuen ongeveer 70 cm.

De voornaamste taak van de Europese fokkers is, de oosterse erfenis van de Sloughi te behouden en de dieren alleen in handen van die mensen af te geven, die hun persoonlijkheid weten te waarderen en ze dienovereenkomstig te houden en ván ze te houden. Dit cultuurras dient behouden te blijven. Het is zeker geen hond voor iedereen, wel voor eigenaren die er dagelijks (veel) tijd voor willen vrijmaken.

Originele bron

De Sloughi bestaat al vele eeuwen in Noord-Afrika. Tegenwoordig komen de meeste Sloughi’s voor in Marokko dat verantwoordelijk is voor de standaard. De Sloughi bestaat alleen als kortharig ras.

FCI-Standaard: Nr. 188/15.09.2008/Nederland
Vertaling Engels-Nederlands:
A.H. van der Snee
Land van oorsprong: Marokko.
Datum van de publicatie van de originele geldende standaard: 8-01-1998.
Gebruik: Windhond.

Classificatie FCI

Groep 10, Windhonden.
Sectie 3, Kortharige Windhonden.
Zonder werkproef, renlicentie.

Kort historisch overzicht

De Sloughi bestaat al vele eeuwen in Noord-Afrika. Tegenwoordig komen de meeste Sloughi’s voor in Marokko dat verantwoordelijk is voor de standaard. De Sloughi bestaat alleen als kortharig ras.

Algemene verschijning

Door zijn gedrag, door de fijne weefsels en door de droge bespiering is zijn algemene uiterlijk die van een zeer pittige en elegante hond.

Belangrijke verhoudingen

Voor een reu met ideale maat van 70 cm moet de lengte van het lichaam van de punten van de schouders tot de punt van het zitbeen 67-68 cm zijn. Voor een teef met een ideale maat van 65 cm moet de lengte van het lichaam van schouderpunt tot zitbeen 62 à 63 cm zijn.
De verhouding van de lichaamslengte (van schouderpunt tot zitbeen) en hoogte van de schoft moet zijn 9,6 : 10.
De verhouding van borstdiepte en schofthoogte moet 4 : 10 zijn.
De verhouding van snuitlengte en de totale lengte van het hoofd moet 1 : 2 zijn.

Gedrag/karakter

Hij is adellijk en trots, maar ook is hij zeer gehecht aan zijn baas en zonodig verdedigt hij hem.
Hij is een bezield jager met veel uithoudingsvermogen, maar hij waardeert ook de gerieflijkheid in huis.

Hoofd

Van opzij gezien is het hoofd lang, verfijnd maar behoorlijk sterk. Van boven af gezien heeft het de vorm van een zeer lange wig met de schedel als breedste deel, spits toelopend naar de punt van de neus.

Schedelgedeelte
Schedel:
Tamelijk breed, van opzij gezien vlak; van het ene oor tot het andere meet de schedel 12 tot 14 cm. De schedel is duidelijk afgerond aan de achterkant en harmonisch gebogen aan de zijden. De wenkbrauwbogen steken nauwelijks uit, de frontale gleuf is niet gemarkeerd en de achterhoofdskruin en knobbel zijn amper zichtbaar.
Stop: Nauwelijks geprononceerd.

Gezichtsgedeelte
Neus:
Zwart. Sterk genoeg om verstopt raken te voorkomen. Wijde neusgaten. Doordat de neus niet gesteund wordt door het neusbeen, loopt hij iets af.
Snuit: Heeft de vorm, zonder overdrijving, van een lange wig en zichtbaar zo lang als de schedel. De neusbrug is recht vanaf het begin.
Lippen: Dun en soepel, dekken precies de onderkaak, de hoek van de mond moet zo weinig mogelijk zichtbaar zijn.
Kaken/gebit: Normale elementen, kaken sterk en goed op elkaar passend. Schaargebit.
Ogen: Groot, donker, goed in de oogholten geplaatst, soms iets bedekt door een lichte schuine stand van de oogleden. De uitdrukking is zacht, een beetje droevig, de blik lijkt nostalgisch. Bij een lichte vacht kan het oog amberkleurig zijn. De oogranden zijn gepigmenteerd.
Oren: Hoog geplaatst, iets boven de ooglijn, hangen dicht tegen het hoofd, niet te groot, driehoekig en de toppen licht afgerond.

Hals
Lang, goed geplaatst vanaf de schouders en de bovenbelijning is licht gebogen. De lengte is zichtbaar gelijk aan de lengte van het hoofd. De huid is fijn, strak, zonder keelhuid; het haar is heel glad.

Lichaam

Bovenbelijning: Zacht hellend en harmonisch gebogen met de heupbeenderen even hoog of iets hoger dan de schoft.
Schoft: Goed uitstekend.
Rug: Kort, vrijwel horizontaal.
Lenden: Kort, mager, breed en licht gebogen.
Kroep: Benig, breed en schuin aflopend, maar niet sterk afvallend.
Borst: Niet te breed; reikt in diepte nauwelijks tot het niveau van de elleboog. Goed in lengte ontwikkeld. De ribben zijn vlak.
Onderbelijning en buik: Borstbeen lang en oplopend, buik en flanken goed opgetrokken. De onderbelijning is gelijkmatig gebogen, niet abrupt oplopend, noch whippet-achtig.

Staart

Dun, mager, aangezet in lijn met de kroep en onder de ruglijn gedragen. Hij moet tenminste zo lang zijn dat hij de hakken raakt. In rust vormt het uiteinde een geaccentueerde boog.

Ledematen

Voorhand
Algemeen:
Voorbenen verticaal en evenwijdig.
Schouder: Lang en schuin.
Opperarm: Sterk.
Onderbeen: Knokig en gespierd.
Polsgewricht en pols: Soepel en sterk.

Achterhand
Algemeen:
Van achteren gezien zijn de achterbenen verticaal en evenwijdig; vlakke spieren, pezen goed droog.
Dij: Vlak en gespierd.
Tweede dij: Lang en goed gespierd.
Hak: Sterk, goed gehoekt.
Achtermiddenvoet: Sterk, zonder wolfsklauwen.

Voeten
Droog, de vorm is lang ovaal. Veel lichtgebouwde Sloughi’s hebben voeten als een haas. De twee middelste tenen zijn duidelijk langer dan de andere. De nagels zijn zwart of gekleurd.

Gangwerk/beweging

Stap, draf, galop. Soepele beweging, vloeiend en met lange stappen, veel grond beslaand.

Huid

Zeer fijn, strak op het lichaam passend, zonder plooien of keelhuid.

Vacht

Haar
Heel kort, dicht en fijn.

Kleur
Lichte zandkleur en alle mogelijke tinten tot rode zandkleur (fawn, reekleur), met of zonder zwart masker, en met of zonder zwarte strepen, met of zonder zwart dek.

Maat

Hoogte van de schoft:
reuen 66-72 cm,
teven 61-68 cm.

Fouten

Elke afwijking van de voorgaande punten moeten beschouwd worden als een fout en de ernst van de fout moet worden bekeken naar de mate ervan.

Een slechte verhouding van lichaamslengte en schofthoogte.
Hoofd en lichaam te zwaar.
Te veel of te weinig stop.
Te licht gekleurde ogen.
Bovenbelijning niet horizontaal.
Kroep te smal en/of te hellend.
Buik niet genoeg opgetrokken.
Ribben te veel gebogen.
Borstkas niet lang genoeg, van opzij gezien te veel opgetrokken of te veel gebogen.
Staart te kort, te lang behaard, verkeerd gedragen.
Spieren rond en te veel zichtbaar.
Hard en ruw haar.
Wit vlekje op de borst.

Eliminerende fouten
Lichaam duidelijk langer dan hoog; heupbeenderen lager dan de schoft.
Pigmentloze delen op de slijmvliezen.
Boven of onder voorbijtend.
Oren staand of staand met hangende tips, te lang, naar achteren gevouwen (rozenoor).
Halflang haar.
Franje op been of staart.
Witte kousen, grotere witte platen.
Kleur niet volgens de standaard.

Elke hond die duidelijk fysieke of gedragsafwijkingen vertoont, moet gediskwalificeerd worden.

N.B. : Reuen moeten twee duidelijk normale testikels hebben die geheel zijn ingedaald in het scrotum.

Originele bron

NVOW

Contactpersoon Faye Tromp
Adres De Heiberg 6, 4721 SJ Schijf
Telefoon +31(0)624737573
Email secretaris@nvow.nl
Website http://www.nvow.nl

Geen fokkers in Nederland bekend.

Nog geen meldingen.

Ik wil mijn kampioen aanmelden