De Galgo Español een hond die er fragiel uitziet, maar een enorme wilskracht en snelheid bezit. Hij komt voor in twee verschillende type, elegant met gladhaar en rustiek met ruwhaar. Beide typen karakteriseren zich door hun robuustheid, wendbaarheid en energie, tezamen met een aangenaam karakter. Eigenlijk is het moeilijk te begrijpen waarom dit ras zo zeldzaam is tussen de windhonden. In Spanje, het land van oorsprong, is de Galgo Español al sinds jaar en dag een zeer gewaardeerde jacht- en familie hond.
Geschiedenis
Maar een paar mensen weten dat Spanje op een lange windhonden traditie kan terug kijken. Sommige toeristen zullen zeker al eens de originele windhond in Spanje gezien hebben. Zo treft men hen bijvoorbeeld aan in de dorpen aan de zijde van zijn baas, klaar voor de hazenjacht over ruig terrein. Ze hebben een elegante aanblik met hun lang gestrekte lichaam, lange hals en smal hoofd. Hun verschijningsvorm, welke niet door fokkers is gecreëerd voor een bepaalde schoonheid, komt voort uit de natuurlijke eisen van de Hazenjacht. Een groot gedeelte van Spanje bestaat uit steppen, waar alleen de restanten van de oorspronkelijke bossen nog zichtbaar zijn. Om op een haas in het open veld te jagen, heeft men een hond nodig die zeer snel is en met een groot uithoudingsvermogen. Hij moet extreem wendbaar zijn, om een haas die plotseling van richting verandert te kunnen volgen.
Op het droge onvlakke terrein van de Spaanse hoogvlakte, bezaaid met stenen, is een enorme kracht nodig om de jacht op de haas zonder blessures te kunnen voltooien. Het klimaat, de topografie en de jachteisen hebben het uiterlijk en de kwaliteiten van de Galgo Español duidelijk beïnvloed.
Als je zoekt naar de oorsprong van de Galgo Español, dan moet je ver terug gaan in de geschiedenis. Verschillende eeuwen voor Christus jaagden de Kelten al met een windhond van gemiddelde grootte. Deze honden volgde het wild niet alleen met hun neus, maar ook met hun scherpe ogen en ze waren snel genoeg om hun prooi met rennen te vangen. Als waardevolle jachthulpen begeleidden zij de Kelten tijdens hun migraties en zo werden zij verspreid over bijna heel europa. Zij kwamen aan op het Iberische schiereiland, toen de Kelten in het jaar 600 voor Chr. De Pyreneeën over staken. Eeuwen later heerste de Romeinen over grote delen van europa en zetten de traditie van de jacht met Keltische windhonden voort. De reputatie van deze honden spiegelt zich af in de vele schilderijen en teksten uit deze tijd. In de voormalige provincie Hispania, werd dit windhondenras Canis Gallicus genoemd, en men neemt aan, dat hier uit in de loop der jaren het woord Galgo is ontstaan, welke tegenwoordig in het Spaans het algemene woord voor windhond is.
De Galgo Español, oftewel Spaanse windhond, is, zoals andere Europese windhonden rassen, een afstamming van de Keltische windhond. Maar, het ras is over de eeuwen heen waarschijnlijk beïnvloed door andere rassen zoals bijvoorbeeld de Podenco Ibicenco of de Sloughi, welke door de Moorse overheersers, in de 8-15 eeuw na Chr., meegebracht werden naar de zuidelijke regionen.
De Galgo Español is zeer verwant met de Spaanse traditie en was gedurende eeuwen een compagnon van de Spaanse adel. Zo wordt er bijvoorbeeld over de Spaanse nationaal held El Cid geschreven, dat hij met deze honden ging jagen. In Spanje was jagen met windhonden niet alleen een privilege voor de rijkere mensen zoals in vele andere Europese landen. Vandaag de dag wordt er nog altijd gejaagd door de plaatselijke bevolking. Oorspronkelijk was de hazenjacht alleen voor het verkrijgen van voedsel, maar later werd dit een georganiseerde sport, de zogenaamde "CARRERAS EN CAMPO". In deze competitie wordt de moed, kracht en jachttechniek van deze honden beoordeeld. De traditie en de regels van zo een competitie kunnen worden teruggeleid naar de tijd van het Romeinse Imperium. Heden ten dage zijn vele Galgo Español bezitters lid van kleine renverenigingen die regelmatig coursingen organiseren. Het doel is om bij de beste van het land te horen om in de finale van de Spaanse coursing kampioenschap "Copa de Su Majestad el Rey" te verschijnen.
Ondanks zijn populariteit, dreigde de raszuivere Galgo Español aan het begin van onze eeuw uit te sterven. In de Jaren ’30 zijn vele Spanjaarden overgestapt van de traditionele rennen "carreras en campo" naar het professionele baanrennen, volgens het engelse idee. Hier ging het niet om roem en eer maar om het geld. In de eerste races werden Galgos en greyhounds samen gestart, maar de Galgo Español is op een vlakke renbaan niet zo snel als de greyhound. Omdat greyhound gevoeliger is voor blessures, kruisten de Spanjaarden al snel geïmporteerde greyhounds met hun Galgos Españoles. Dit om honden met snelheid en robuustheid te krijgen. De voor de renbaan gefokte kruisingen, Galgo Ingles-Español genoemd, lijken in zijn verschijning en karakter meer op de greyhound. Het type van de Galgo Español verdween hier door meer en meer. In de binnenlanden van Spanje, waar de honden nog gefokt werden voor de hazenjacht of "carreras en campo" en geen kruisingen met greyhounds werden/worden gedaan, zijn er daar nog vele mooie en hoogtypische Galgos Españoles bewaard gebleven. Jammer genoeg zijn nog vele eigenaren niet geïnteresseerd om hun puppen in het stamboek op te laten nemen. Maar steeds meer ambitieuze fokkers in Spanje hechten waarde aan het fokken van honden met Stamboom en registratie.
Daarnaast moet jammer genoeg ook gemeld worden, dat er ook nog een groot aantal zogenaamde "Galgo-liefhebbers" in Spanje zijn, die deze naam absoluut niet verdienen. Want er worden nog steeds vele Galgos Españoles aan het einde van het jachtseizoen op verschrikkelijke wijzen om het leven gebracht.
Het verschil tussen een Galgo Español en een Greyhound
Heel laat, rond 1972, is de Galgo Español door de FCI ( Federation Cynologique Internationale) erkend als een op zichzelfstaand ras. De eerste standaard werd gemaakt en is na 10 jaar bijgewerkt en geactualiseerd.
Deze gedetailleerde STANDAARD was nodig om het verschil aan te brengen tussen de Galgo en de Grey vanwege de eerder genoemde kruisingen. In sommige gevallen is het moeilijk om een Galgo van een Grey te onderscheiden. De greyhound is een sprinter voor korte afstanden, de Galgo daarin tegen moet in staat zijn langdurig te kunnen galopperen. Deze verschillende eisen vormde hun types. De Galgo is smaller dan de greyhound, een Galgo-reu meet maar 62-70 cm en de teef 60-68 cm. De Lendenpartij moet van de zijkant gezien hoger liggen dan de schouders. In tegenstelling tot de grey, heeft de Galgo geen dikke ronde spiermassa’s op de achterhand en rug, maar een vlakkere bespiering die karakteriserend is voor een lange afstandloper. Zijn borstkas is niet zo diep als die van een greyhound en mag niet tot aan de ellebogen reiken. Het hoofd van de Galgo is zeer lang en fijn met een smallere schedel en relatief grote roze oren. De staart van de Galgo is erg lang met aan het einde een naar de zijkant staande haak.
Er zijn twee type Galgos, de gladhaar en de ruwhaar, waarbij de ruwhaar een vachtlengte van 10 cm kan bereiken. Daar de twee types door elkaar gefokt mogen worden kan de vacht variëren van kort- tot lang- en ruwhaar. Verder staat er in de standaard dat alle kleuren zijn toegestaan; van gestroomd, zwart, donker en lichte beige tinten, kaneel, geel, rood, wit tot gevlekt, waarbij dit laatste niet erg gewild is omdat daar men aanneemt dit van de greyhound afkomt. Witte aftekeningen op de snuit, staartpunt en de poten, wat bij veel honden voorkomt, wordt graag gezien.
Karakter
De Galgo Español vertoont typische karaktertrekken van een windhond. Thuis, is de Galgo rustig, niet opdringerig en blaft maar zelden. Hij bewaart zijn energie en Spaanse vurigheid voor buiten. De Galgo kan zonder problemen in de stad wonen, als hij maar genoeg bewegingsmogelijkheden krijgt. Rennend door het open veld laat hij iedereen zijn vurige temperament zien. De Galgo is erg aanhankelijk naar zijn baas en/of familie, bij vreemden is hij vaak terughoudend en voorzichtig, maar absoluut niet agressief. De Galgo beslist zelf wie hem mag aaien en wie niet. Omdat de Galgo van nature voorzichtig en terughoudend is, is het van het grootste belang dat de puppen al van kleinsafaan met allerlei situaties in aanraking komen. Dit om te voorkomen dat hun voorzichtigheid kan veranderen in angst. Galgos kunnen prima overweg met andere honden, zij gaan liever de confrontatie uit de weg. Door hun rust en zachtheid gaan Galgos prima met kinderen samen.
Opvoeding
De Galgo Español luistert over het algemeen zeer goed en is makkelijk op te voeden. Hij reageert erg gevoelig op een grove- en harde aanpak. De opvoeding mag nooit met druk of straf gepaard gaan, maar met een aai en een koekje.
Met een zachte en inlevingsvolle training is de Galgo Español een goede volgzame hond. Ondanks dit alles mag je nooit vergeten dat een windhond in korte tijd een lange afstand kan afleggen, zorg daarom als de hond van de lijn gaat dat het veilig is, zonder gevaar van wegen etc. Tot slot denk er aan, een Galgo is gefokt voor de jacht en dit instinct zit nog altijd in hem.
Voordat je een Galgo koopt, bedenk goed dat windhonden van rennen houden. Een urenlange wandeling is niet nodig in plaats daarvan geeft de Galgo de voorkeur aan een stuk kort en intensief rennen in volle galop om daarna weer lekker Siësta te houden. Een Galgo is een ideale partner voor actieve mensen, ze gaan graag mee joggen, fietsen of wandelen.
Kortom een geweldig ras dat veel meer aandacht verdient.
Originele bron
Een hond die in snelle achtervolging op het gezicht jaagt op het haas in open veld. Vroeger is hij ook gebruikt en hij kan ook jagen op andere dieren als konijnen, vossen en ook beren; maar het oorspronkelijk gebruik van het ras was en is de jacht op het haas in open veld.
FCI-Standaard Nr. 285/24.05.2002/GB
Vertaling Engels-Nederlands: A.H. van der Snee
Herkomst: Spanje.
Datum van de publicatie van de originele geldende standaard: 26.05.1982.
Gebruik
Een hond die in snelle achtervolging op het gezicht jaagt op het haas in open veld. Vroeger is hij ook gebruikt en hij kan ook jagen op andere dieren als konijnen, vossen en ook beren; maar het oorspronkelijk gebruik van het ras was en is de jacht op het haas in open veld.
Classificatie FCI
Groep 10, Windhonden.
Sectie 3, Kortharige Windhonden.
Zonder werkproef.
Kort historisch overzicht
De Spaanse windhond was in de oudheid al bekend bij de Romeinen, hoewel we kunnen veronderstellen dat zijn komst op het Pyrenese schiereiland van lang vóór die periode dateert. Als afstammeling van oude Aziatische windhonden heeft hij zich aangepast aan onze verschillende gebieden van steppen en vlaktes.
Hij werd in groten getale geëxporteerd naar andere landen, zoals Ierland en Engeland in de 16e, 17e en 18e eeuw. Onze Spaanse windhond is een van de voorouders van de Engelse Greyhound die met de Spaanse Windhond (Galgo) overeenkomsten vertoont die zuiver bij het ras horen dat heeft gediend als basis bij de selectie ervan en vervolgens de acclimatisering. Onder de talloze citaten van klassieke schrijvers kiezen we die van de aartspriester van Hita (stadje in Spanje, vert.) die luidt: ‘Een haas die vlucht wordt door een jagende windhond snel gegrepen…’ waarmee hij het bewijs geeft van de voornaamste en oudste voorouderlijke functie van het ras.
Algemene verschijning
Windhond van goed formaat, eumetrisch-subconvex*, sub-lange belijning en langschedelig. Compacte botstructuur, hoofd lang en smal (dolichocefaal), ruime borstkas, buik sterk opgetrokken, zeer lange staart. Achterhand steil en gespierd. Haar fijn en kort of halflang en hard.
Belangrijke verhoudingen
Sub-longuish lijnstructuur; iets langer dan hoog. Verhoudingen en functionele harmonie moeten gezocht worden in stand zowel als in beweging.
Gedrag/karakter
Rustig en soms gereserveerd, maar bij het jagen laat de hond zien een energieke en levendige jager te zijn.
Hoofd
In verhouding met de rest van het lichaam lang, slank en droog. De verhouding schedel-snuit is 5 : 6; lengte van de schedel 5, lengte van de snuit 6.
De vlakken van de schedel en snuit samen zijn divergerend. Van boven gezien moeten schedel en snuit samen zeer lang en vlak zijn (zonder welving); met een lange en smalle snuit.
Schedelgedeelte:
Schedel: Smal in de breedte en subconvex (gebogen) profiel, langer dan breed. De schedel heeft een groef in het midden waarvan tweederde deel duidelijk te zien is; de frontale sinus (welving) en de top van de occiput zijn weinig geaccentueerd.
Stop: Is licht hellend, slechts zeer licht geaccentueerd.
Gezichtsgedeelte:
Neus: Klein, vochtig met zwarte slijmhuid.
Snuit: Lang, met sub-convex profiel, met een smalle, licht gebogen neusrug naar de neus.
Lippen: Zeer dun. De bovenlip bedekt de onderlip. De onderlip toont geen duidelijke mondhoek. Fijn, strak met donkere slijmvliezen.
Kaken/Gebit: Elementen sterk, wit en gaaf, Schaargebit. Hoektanden sterk ontwikkeld. Alle premolaren aanwezig.
Ogen: Klein, schuin, amandelvormig; bij voorkeur donker of hazelnootkleurig. Rustige expressie, zacht en gereserveerd.
Oogleden: Dunne huid en donkere slijmvliezen. Sluiten goed aan op het oog.
Oren: Breed bij de aanzet, driehoekig, vlezig in het eerste 1/3 gedeelte en fijner en dunner naar de tip die afgerond is. Hoog aangezet. Als de hond attent is, staan ze voor een derde deel met gevouwen tips naar opzij. In rust zijn ze van het ‘rozentype’, dicht tegen de schedel. Als ze naar voren gelegd worden, reiken ze tot zeer dicht bij de mondhoek.
Gehemelte: Kleur als van de slijmvliezen, met zeer duidelijke ribbels.
Hals
Lang, ovaal in doorsnee, vlak, slank, sterk en soepel. Smal bij de schedel en wat verbredend naar de romp. De bovenlijn is licht gebogen (concaaf). De onderlijn is bijna recht, in het midden licht gebogen (convex).
Lichaam
Het voorkomen van het geheel: Rechthoekig, sterk en soepel, maakt een forse indruk, vlugheid en uithoudingsvermogen. Borstkas ruim ontwikkeld; buik goed opgetrokken.
* Het woord eurometrisch is voor zover ik weet een aanduiding dat het ras middelgroot is. Als iemand de hele zin waarin het staat duidelijker kan vertalen, zal ik dat gaarne vernemen (vertaler).
Belijning van rug-lenden: Met een lichte buiging (concaaf) van de rug en boog (convex) van de lenden. Zonder abrupte onderbrekingen en zonder slingeringen bij het gaan; geeft de indruk van grote veerkracht.
Schoft: Weinig geprononceerd.
Lenden: Lang, sterk; niet zeer breed en met een gebogen bovenbelijning; met een compacte en lange bespiering; geeft de indruk van veerkracht en sterkte. De hoogte in het midden van de lenden kan hoger zijn dan de schoft.
Kroep: Lang, krachtig en schuin aflopend. De helling maakt een hoek met de horizontale lijn van meer dan 45 graden.
Borstkas: Krachtig maar niet zeer breed; diep, zonder tot de elleboog te reiken en zeer lang in de lijn naar de zwevende ribben. De top van het borstbeen geprononceerd.
Ribben: Vlak, op ruime afstanden van elkaar. De ribben moeten duidelijk zichtbaar en geprononceerd zijn. De omtrek van de borst is iets groter dan de diepte.
Schofthoogte
Buik en flanken: Buik abrupt opgetrokken na het borstbeen: Whippetachtig. Flanken kort, slank en goed ontwikkeld.
Staart
Sterk aan het begin en laag aangezet, wordt tussen de benen gedragen. Dun uitlopend tot een zeer dun einde. Hij is soepel en zeer lang, reikt tot over de hak. In rust hangt hij in sikkelvorm met een duidelijke scherpe bocht aan het eind en hangt naar opzij. Tussen de benen gebracht met een haak raakt hij bijna de grond voor de achterbenen en vertoont hiermee een van de meest typische aspecten van het ras.
Ledematen
Voorhand
Beeld van het geheel: Perfect verticale ledematen, fijn, recht en parallel. Metacarpus (middenvoet) kort en droog. Hazenvoeten.
Schouders: Droog, kort en schuin. Het schouderblad moet duidelijk korter zijn dan de opperarm.
Opperarm: Lang, langer dan het schouderblad , zeer gespierd, ellebogen vrij, maar dicht bij het lichaam.
Onderbeen: Zeer lang, recht en parallel; goed gevormde botten met duidelijk zichtbare pezen. Polszooltjes sterk ontwikkeld.
Middenvoet: Iets schuin, fijn en kort.
Voorvoeten: Hazenvoeten. Tenen aaneengesloten en gebogen. Teenkootjes sterk en lang. Zooltjes stevig en goed ontwikkeld. Vliezen tussen de tenen matig ontwikkeld, nagels goed ontwikkeld.
Hoekingen: Hoek schouder-opperarm: 110 graden.
Hoek opperarm-spaakbeen: 130 graden.
Achterhand
Aanzien van het geheel: Krachtig, goed gevormde botstructuur, bespierd met lange en goed ontwikkelde spieren. Volkomen recht en verticaal met correcte hoekingen. Hakken goed gevormd, kort en verticaal; hazenvoeten met gebogen tenen. De achterhand geeft de indruk van kracht en behendigheid in het stuwen.
Dij: Zeer sterk, lang gespierd en harmonieus gevormd. De dij benadert zo veel mogelijk de verticale stand. Van achteren gezien tonen ze bij de eerste blik een zeer duidelijke bespiering. Breed, vlak en krachtig, de lengte is ¾ die van de onderdij.
Onderdij: Zeer lang met goed gevormde en fijne botten. Het bovenste deel gespierd; in het onderste deel minder, met duidelijk zichtbare aderen en pezen.
Spronggewricht: Goed gevormd met duidelijk zichtbare achillespees die goed ontwikkeld dient te zijn.
Achtermiddenvoet: Fijn, kort en verticaal.
Achtervoeten: Hazenvoeten, evenals de voorvoeten.
Hoek onderdij-middenvoet: groter dan 140 graden.
Gangwerk/beweging
Van nature is de galop het typische gangwerk. De stap moet uitgrijpend zijn, laag over de grond, verend en krachtig. Geen neiging tot scheef gaan of telgang.
Huid
Goed passend op alle delen van het lichaam, stevig en soepel, roze van kleur. De slijmvliezen moeten donker zijn.
Vacht
Beharing
Dicht, zeer fijn, kort , glad; over het hele lichaam tot tussen de tenen. Iets langer op de achterkant van de dijen. De rasvariëteit met halflang hard haar vertoont een grote hardheid en lengte van haar die gevarieerd kan zijn; ofschoon altijd gelijk verspreid over het hele lichaam, bestaat de neiging tot het vormen van baard en snor op de snuit, wenkbrauwen en kuif op het hoofd.
Kleur
Alle kleuren zijn toegestaan. De volgende kleuren worden beschouwd als de meest typische.
In volgorde van voorkeur:
Reekleurig en min of meer donkere strepen (gestroomd of brindle), goed gepigmenteerd.
Zwart, met zwarte, donkere en lichte vlekken.
Kleur van gebrande kastanje.
Kaneelkleur.
Geel.
Rood.
Wit.
Met witte aftekeningen en bont.
Maat
Schofthoogte
Reuen van 62 tot 70 cm.
Teven van 60 tot 68 cm.
Een marge van 2 cm hoger is toegestaan bij dieren met de juiste verhoudingen.
Fouten
Elke afwijking van de voorgaande punten moet beschouwd worden als fout en de ernst waarmee de fout aangerekend wordt moet in de juiste verhouding zijn met de mate ervan.
Kleine fouten:
Hoofd wat breed en minder fijn besneden.
Recht profiel van de snuit. Spitse snuit.
Botten van de schedel geprononceerd.
Ontbreken van een premolaar.
Tanggebit.
Staart wat kort, komt niet ver over de hak.
Littekens van wonden en schrammen in het jachtseizoen.
Belangijke fouten:
Volumineus (te grof) hoofd.
Schedel veel te breed bij een puntige snuit.
Stop te sterk geprononceerd.
De vlakken van neusbeen en schedel zijn evenwijdig.
Te veel lip en wammen.
Matig boven-voorbijtend.
Missen van hoektanden, niet ten gevolge van ongelukken.
Ogen licht, rond of puilend,
Ectropion, entropion.
Korte, staande of kleine oren.
Korte en ronde nek.
Rug-lendenlijn als een zadelrug.
Hoogte bij de lenden minder dan de hoogte bij de schoft.
Korte kroep, rond of slechts weinig schuin.
Onvoldoende omtrek van de borstkas.
Tonvormige ribbenkas.
Korte flanken.
Bespiering sterk uitpuilend, rond en niet slank genoeg.
Ledematen niet recht en rechtstaand, gespreide tenen, koehakkig.
Zachte voetkussens.
Staart en oren geamputeerd.
Belijning met grove verschijning, zwaar en zonder soepelheid.
Onevenwichtig karakter.
Eliminerende fouten:
Agressief of overdreven schuw.
Gebrek aan type.
Gespleten neus.
Duidelijke bovenvoorbeet of ondervoorbeet.
Bovenbelijning zeer breed, vlak en recht.
Borstkas dieper dan tot de elleboog.
Elk ander typisch kenmerk dat doet denken aan of wijst op een bastaard.
Albinisme.
Elke hond die duidelijk fysische of gedragsafwijkingen heeft moet gediskwalificeerd worden.
N.B. Manlijke dieren moeten twee duidelijk normale testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.
Originele bron
NVOW
| Contactpersoon | Faye Tromp |
| Adres | De Heiberg 6, 4721 SJ Schijf |
| Telefoon | +31(0)624737573 |
| secretaris@nvow.nl | |
| Website | http://www.nvow.nl |
Zarandillo
| Contactpersoon | Anke Schute |
| Adres | 2de Haagstraat 43, 5707 VJ Helmond |
| Telefoon | +31(0)492515079 of +31(0)614895521 |
| info@galgos.nl | |
| Website | http://www.galgos.nl |






