Rasstandaard

Klassificatie FCI

Rasstandaard FCI nr.: 307 d.d. 17.04.2015
Vertaling: NVOW
Land van Afkomst: Noordelijke grensgebieden van Mali en Nigeria; de hellingen van de Azawakh vallei
Patronaat: Frankrijk
Datum publicatie oorspronkelijk van kracht zijnde rasstandaard: 03.11.2014

Groep 10, Windhonden.
Sectie 3, Kortharige Windhonden.
Zonder werkproef.

Gebruik
Zichtjacht op wild (gazelle, haas, struisvogel) en de strijd tegen roofdieren (hyena, jakhals, leeuw). Deze hond is een belangrijke metgezel in het familieleven van de nomaden en deelt hun zwervend bestaan.

Kort historisch overzicht
Het is een Afrikaanse Windhond die afstamt van types, afgebeeld op duizenden jaren oude rotsschilderingen in het centraal Afrikaanse gebied. Naarmate de Sahara droger werd, zakten herders/jagers, de Touaregs, de Dahoussahaqs en de Peuls met hun honden af naar de meer gastvrije Sahel landstreken: de randen van de droge Azawakh vallei, geschikt voor veeteelt en jacht . Behorend tot de cultuur van de bevolking die het ras ontwikkeld en gevormd hebben, staat het bekend als ‘Oska’ in de taal van de Touaregs. Europese liefhebbers ontdekten en bewonderden het ras en selecteerden het vervolgens met hulp van fokkers van de eerste afstammelingen die vanaf 1968 naar Europa werden geëxporteerd.

Algemene verschijnig
De Azawakh windhond is vooral slank en elegant en geeft een algemene indruk van grote sierlijkheid. Zijn beendergestel en bespiering zijn zichtbaar onder een dunne en droge huid. Hij toont zich als een langgelijnde hond waarvan het lichaam past in een rechthoek met de langste zijde verticaal.

Belangrijke afmetingen

Schofthoogte/lichaamslengte: 10 : 9. Bij teven is een iets lagere verhouding toegestaan.
Schofthoogte/borstdiepte: 10: 4
Hoofdlengte/neuslengte: 10 : 5
Hoofdlengte/schedelbreedte: 10 : 4

Gedrag/karakter

Levendig, oplettend, afstandelijk. Hij kan zéér gereserveerd tegenover vreemdelingen zijn, maar laat zich zachtaardig en aanhankelijk kennen binnen de familie én tegenover diegenen die hij wenst te aanvaarden.

Hoofd

Lang, droog, fijn en goed besneden. Tamelijk maar niet overdreven smal.

Schedelgedeelte
Schedel: Vrijwel vlak, tamelijk lang. De breedte moet beslist minder zijn dan de helft van de hoofdlengte. Van opzij gezien is de lijn van de schedel en snuit soms ietwat divergerend (convex). De wenkbrauwbogen en de voorhoofdsgroef zijn nauwelijks zichtbaar. De uitwendige achterhoofdsknobbel moet duidelijk zichtbaar zijn.
Stop: Nauwelijks zichtbaar.

Aangezichtsgedeelte
Neus: Zwart of donkerbruine kleur is verplicht. De neusgaten zijn ruim.
Snuit: Lang, recht, naar de voorkant, zonder overdrijving, iets toelopend.
Lippen: Dun, goed aanliggend, zwart van kleur of donkerbruin; geen hanglippen.
Kaken/tanden: Kaken lang en krachtig. Schaargebit. Volledig gebit.
Wangen: Vlak
Ogen: Amandelvormig, tamelijk groot, licht schuine ooghoek. Donkergetint, soms barsteenkleurig. Nooit blauw. Oogleden goed zwart of donkerbruin gepigmenteerd.
Oren: Tamelijk hoog aangezet. Ze zijn fijn, altijd hangend en vlak, tamelijk breed aan de basis, dicht tegen de wangen, nooit een rozenoor. De vorm is driehoekig met een afgeronde punt. Als de aandacht van de hond wordt getrokken, richten de oren zich aan de basis op.

Hals

Goed gesteld, lang, fijn, bespierd en in profiel gezien licht gebogen aan de bovenzijde. De huid is fijn en vormt geen plooien.

Lichaam

Bovenbelijning: Recht, vrijwel horizontaal of iets oplopend van schoft naar de heupknobbels. Heupen zijn duidelijk zichtbaar en op dezelfde hoogte of iets hoger geplaatst dan de schoft.
Schoft: Goed geplaatst.
Lendenen: Kort, droog.
Kroep: Goed schuin (idealiter: 45 graden).
Borst: Diep, bijna tot de ellebogen reikend. Naar het borstbeen toe geleidelijk versmallend. Voorborst tamelijk smal. Lange, nauwelijks zichtbare zichtbare ribben die geleidelijk en regelmatig gebogen zijn.
Onderbelijning en buik: De boog van het borstbeen is duidelijk zichtbaar en verloopt vloeiend naar de zeer hoog opgetrokken buik.

Staart

Laag aangezet, lang, dun, droog en naar het einde toe spits toelopend. De huid is bedekt met hetzelfde haar als op het lichaam en er is vaak een witte staartpunt. De staart wordt laaghangend gedragen met aan het uiteinde een lichte buiging omhoog. Als de hond opgewonden is, kan de staart hoger dan horizontaal worden gedragen.

Ledematen

Voorhand: In het geheel gezien: lang, droog, vrijwel verticaal. Kaarsrechte benen.
Schouders: Lang, droog bespierd en in profiel gezien slechts weinig schuin.
Opperarm: De hoek tussen schouder en opperarm is erg open ( circa 130º).
Pols: licht schuin.
Voorvoeten: Rond met slanke en aaneengesloten, goed gebogen tenen; de voetkussens zijn gepigmenteerd.

Achterhand: In het geheel gezien: lang en droog. Van achteren bekeken, kaarsrechte benen.
Dijen: Lang met duidelijk zichtbare en droge bespiering. De hoek tussen heupbeen en dijbeen is erg open ( circa 130º).
Knieën: De hoek tussen dijbeen en scheenbeen is erg open (circa 145º).
Middenvoet: Hielgewricht en middenvoet zijn recht en droog, zonder Hubertusklauwen.
Achtervoeten: Rond, goed gebogen tenen. Voetkussens zijn stevig en resistent, gepigmenteerd.

Gangwerk/beweging

Altijd erg vloeiend en met een hoge actie in de draf en de stap. De galop is veerkrachtig. De Azawakh vertoont lichtvoetigheid en elasticiteit. Het gangwerk is een essentieel aspect van het ras.

Huid

Dun, goed aanliggend over het gehele lichaam.

Vacht
Haar: Kort en fijn. Op de buik is nagenoeg geen haar aanwezig.
Kleur: Roodbruin – al dan niet gestroomd - met beperkte witte aftekeningen op de ledematen. Alle schakeringen zijn toegestaan van licht zandkleurig tot donkerrood (mahonie). De gestroomde vacht mag uitsluitend een zwarte tekening vertonen, geen andere kleuren. De snuit mag een zwart masker hebben.

Hulpmiddel bij het bepalen van de witte aftekeningen in de vacht

Bijkomende uitleg over het wit in de vacht:
Een bles is niet altijd aanwezig. Op de voorborst mogen meer of minder uitgebreide witte vlekken aanwezig zijn maar niet hoger dan de basis van de hals. Ze mogen niet voorbij de schouderpunt noch aan één der zijden van de hals zichtbaar zijn. Een kleine witte vlek is toegestaan op de nek, mits niet te groot. In het verlengde van de voorborst mogen witte vlekken op de borst aanwezig zijn, maar in geen geval op de zijkanten van de ribbenkast. Elk van de vier ledematen moet een witte aftekening hebben of tenminste enig spoor daarvan op de voeten. Bij bijzonder fraai gebouwde exemplaren wordt de afwezigheid van wit op één van de ledematen aanvaard.

De witte aftekeningen op de voorbenen die vaak onregelmatig zijn, mogen in geen geval boven de ellebogen uitkomen noch tot de schouders reiken. De witte aftekeningen op de achterbenen die veelal onregelmatiger zijn en minder duidelijk, mogen niet boven het niveau van de dij uitkomen. Witte vlekken aan de binnenkant van de dijen mogen evenwel niet als een fout worden beschouwd.

Maat en gewicht

Schofthoogte:
Reuen: tussen 64 en 74 cm.
Teven: tussen 60 en 70 cm.
Een verschil van 2 cm hoger of lager is toegestaan.

Gewicht:
Reuen: circa 20 - 25 kg.
Teven: circa 15 - 20 kg.

Fouten

Elke afwijking van de voorgenoemde punten moet worden beschouwd als een fout die moet worden bestraft naargelang de ernst en de consequenties ervan voor de gezondheid en het welzijn van de hond.

Ernstige fouten:
Zwaar hoofd dat fijnheid mist.
Dikke en behaarde staart, erg gekrulde staart
Lichaam te lang.
Tanggebit

Eliminerende fouten:
Agressieve of angstige honden
Honden met duidelijk lichamelijke - of gedragsafwijkingen worden gediskwalificeerd
Gebrek aan type
Te kleine borstkas en extreme algemene fijnheid.
Onder- of bovenvoorbijten
Neus, oogleden en lippen anders dan zwart of donkerbruin
Licht oog of blauw oog.
Rozenoor
Heupen lager geplaatst dan de schoft.
Een niet toevallige, anatomische afwijking (voorbeeld: verspringing in de aanhechting van ribben aan het borstbeen).
Aanwezigheid van Hubertusklauwen of aanwijzigingen van verwijderde klauwen op de achterbenen.
Harde of halflange vacht.
Vachtkleur niet in overeenstemming met de rasstandaard; (teveel wit, witte kraag, anders dan zwart gestroomd. Vooral letten op verdunde kleuren die niet zijn toegestaan zoals blauw en lila.
Elke hond die sporen van ingrepen in de natuur vertoont, teneinde een schoonheidsfout te corrigeren of een anatomische fout te herstellen, moet worden buitengesloten.
Grootte die meer dan 3 cm afwijkt van de rasstandaard.

N.B. : Reuen moeten twee duidelijk normale en geheel in het scrotum afgedaalde testikels hebben.
Slechts gezonde en functioneel doelmatige honden met voor het ras kenmerkende anatomische bouw mogen worden gebruikt voor het fokken.

De laatste wijzigingen zijn vetgedrukt.

Originele bron

Contact | Disclaimer | A-Z | Login